
Uit participatie valt meer te halen, ziet Evelien Nieuwenburg. Ze is medeoprichter van Dembrane, AI-ondersteunde software die helpt bij participatieprocessen. ‘Iedereen die wel eens een bewonersavond heeft bezocht, kent de post-its aan de muren, de flip-overs met halve aantekeningen en formulieren die achteraf verzameld worden met moeilijk leesbare handschriften.’ Volgens Nieuwenburg gaat al snel de diepgang uit de gesprekken verloren. 'Bruikbare opmerkingen worden vaak samengevat of omgezet in telbare categorieën, waardoor de diversiteit aan perspectieven verloren gaat.'
Wie participatie wil verbeteren, moet niet beginnen bij technologie, benadrukken zowel Nieuwenburg als Peter van Waart, hoofddocent en onderzoeker bij Hogeschool Rotterdam. 'Het kent vaak dezelfde route. Bewoners krijgen online of via inloopavonden plannen te zien en kunnen reageren. Vaak moeten mensen hiervoor reizen, voelt het contact afstandelijk of lijkt de positie van de planmaker overmachtig.' Vanuit zijn onderzoek naar participatie telt van Waart vier principes om het proces beter in te richten. ‘Wees vooral een lange tijd aanwezig in een wijk, bezoek de bewoners bij hun eigen huis, spreek op een gelijkwaardig niveau met elkaar en zorg dat mensen echt iets terugkrijgen voor hun bijdrage’, zegt hij. ‘Dat vraagt om deelname in de wijk, waarbij mensen elkaar leren kennen en wensen makkelijker op tafel komen.’
Die aanpak herkent Mike de Kreek, onderzoeker bij de Hogeschool van Amsterdam en samen met Van Waart actief op dit vraagstuk binnen de City Deal over AI. Bij een Amsterdams scanfietstraject dacht een burgerpanel mee over de ontwikkeling van scantechnologie in de openbare ruimte. ‘De gemeente kon niet altijd uit de voeten met de participatie-uitkomsten. Toen ze hun prioriteiten verschoven leidde dat tot teleurstelling.' Participatie vraagt volgens hem daarom om blijvend gedeeld eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid: 'We kunnen het niet zonder elkaar.'
Participatie vraagt om een blijvend gedeeld eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid
'Technofascinatie'
Omdat participatie zoveel gesprekken, open antwoorden en verslagen oplevert, lijkt het aantrekkelijk om AI-tools in te zetten die dat sneller verwerken. Parai zet opgehaalde participatie-input om in digitale bewonerspersona’s waarmee beleidsmakers kunnen chatten. Polis, momenteel getest door provincie Zuid-Holland en het ministerie van BZK, laat grote groepen reageren op stellingen en maakt consensus en minderheidsstandpunten zichtbaar. Decidim is een open source participatieplatform waarop inwoners voorstellen kunnen doen, debatteren en stemmen. 'De meeste instrumenten zijn gericht op het samenvatten en overzichtelijk maken van input', vervolgt Nieuwenburg van Dembrane. 'Bewoners hoeven niet weken op een verslag te wachten, omdat AI sneller kan terugkoppelen. Als honderden reacties binnenkomen, kan technologie helpen om terugkerende thema’s te ordenen.'
Toch kunnen technologisch optimisme en overhaastige experimenten de overhand krijgen. Daarvoor waarschuwt Teije Terhorst, Hoofd Projectontwikkeling bij Waag Futurelab, ook actief binnen de City Deal over AI. ‘Overhaaste invoering van technologie leidt niet altijd tot betere participatie. Het is belangrijk om goed te begrijpen wat een instrument doet en daar samen gedragen keuzes over te maken.’ Volgens hem is nog niet bewezen dat AI altijd meerwaarde heeft bij participatie. Van Waart spreekt van een 'technofascinatie': de neiging om maatschappelijke problemen tevergeefs op te lossen met de nieuwste technologie.
Die technofascinatie kan ertoe leiden dat AI-tools te makkelijk waardevol mensenwerk vervangen. Samenvatten kan inbreng sneller hanteerbaar maken, maar ook de rijkheid en diversiteit uit antwoorden van bewoners halen. ‘Een digitale persona die bewoners vertegenwoordigd kan aan een beleidstafel worden bevraagd, maar mist de twijfel, toon of emotie die mensen wel uitstralen’, zegt Terhorst. ‘Hierdoor praat je niet meer face to face met iemand en ontstaat er juist meer afstand tussen een bewoner en initiatiefnemer.' Hij pleit voor meer fysiek contact. 'AI moet participatie niet vervangen, maar eraan dienstbaar zijn.'
Kijk onder motorkap
Belangrijk is het ook om inzichtelijk te krijgen welke keuzes AI-instrumenten maken bij participatieprocessen, zegt Terhorst. 'Technologie is nou eenmaal nooit neutraal. Er zit altijd een mens aan de ontwerptafel die zijn of haar eigen waarden meeneemt in het maken van een instrument. Dat geldt voor een parkbankje met een stang om daklozen te weren, maar ook voor een AI-software die gesprekken samenvat en opmerkingen die weinig voorkomen niet meeneemt.'
Technologie is nooit neutraal
Hij pleit ervoor om bij AI-instrumenten 'onder de motorkap' te kijken. Veel digitale diensten zijn gebouwd als een 'private stack': eigendom, data, code en verdienmodel zijn niet transparant en liggen bij een commerciële partij. 'Facebook is daarvan een bekend voorbeeld. De zichtbare interface lijkt gratis en gebruiksvriendelijk, maar onderliggend draait het model op gebruikersdata en keuzes die vooral het bedrijf dienen.' Voor participatie in ruimtelijke processen is dat gevoelig. 'Als een instrument bewonersgesprekken samenvat, wil je weten welke data worden gebruikt, wie eigenaar is van die data, hoe het model is getraind en waarom bepaalde opmerkingen wel of niet terugkomen in de analyse’, zegt Terhorst. Het openbaar maken van de broncode, open source, is daar een onderdeel van. 'Ook governance, eigenaarschap en betrokkenheid van gebruikers moeten controleerbaar zijn.' Terhorst vindt dat we moeten streven naar een 'public stack': technologie ontwikkeld vanuit publieke verantwoording, maatschappelijke waarde en transparante data en code. 'Dat maakt technologische keuzes beter uitlegbaar.' En juist dat kan participatie verbeteren: bewoners en beleidsmakers begrijpen beter hoe hun inbreng wordt verwerkt en waarom bepaalde opmerkingen wel of niet in de ruimtelijke afweging terechtkomen.
Initiatiefnemers moeten daarom bewuster kiezen welke AI-instrumenten zij toelaten, zegt Terhorst. ‘Zorg dat je aan de bron weet waarom een tool bepaalde keuzes maakt.’ Overheden en ruimtelijke professionals kunnen strengere eisen stellen aan transparantie, publieke waarden en datagebruik, en zich zo minder afhankelijk maken van Big Tech. ‘Hun invloed op de tech-markt is groter dan ze denken.’

Dembrane neemt tafelgesprekken op en maakt de opbrengst inzichtelijk voor alle betrokkenen. Beeld: Dembrane
Bewaar de rafelrand
De grote waarde van AI zit misschien niet in sneller samenvatten, maar in bewaken wat anders verdwijnt, benadrukt De Kreek. ‘Als we het op een bewonersavond te veel en te snel met elkaar eens zijn, moeten er eigenlijk alarmbellen afgaan', zegt de onderzoeker. 'Juist bij ruimtelijke participatie, waar parkeerdruk, groen, veiligheid of verdichting
snel tegenover elkaar komen te staan, kunnen afwijkende opmerkingen later belangrijk blijken.' Dat gebeurde ook in het Amsterdamse scanfietstraject. 'Bij een gesprek over cameragebruik in de openbare ruimte uitte een bewoonster haar onvrede en verwees ze naar de Tweede Wereldoorlog. De groep vond die vergelijking overdreven.' Maar een jaar later, toen de politieke sfeer in Nederland veranderde, werd haar opmerking opnieuw besproken. ‘Ze vonden het ineens niet zo’n gekke opmerking meer.’
Voor De Kreek kan AI helpen door zulke signalen te markeren. ‘Mensen kunnen in gesprekken onbedoeld, en misschien ook onbewust, iemands mening bagatelliseren.’ AI-software kan ingrijpen in die groepsdynamiek, door 'een vlaggetje' te plaatsen bij opmerkingen die te snel zijn genegeerd, weinig zijn herhaald of niet goed in bestaande categorieën passen.
Dat geldt ook voor enquêtes, waar de focus ligt op kwantitatief meetbare antwoorden. ‘Bij onderzoek onder 850 Amsterdammers vond ongeveer tachtig procent camera’s in de stad acceptabel, terwijl een ander deel hun zorgen uitten in open antwoorden. De diversiteit van die antwoorden is verdwenen, omdat ze zijn verdeeld over telbare categorieën.’
Stel de waarom-vraag
Dembrane is een instrument dat met AI het participatieproces beoogt te versterken. De software is vooral ontwikkeld voor fysieke tafelgesprekken. Dembrane neemt de gesprekken op, maakt transcripties en koppelt per tafel terug wat er is besproken. 'Deelnemers krijgen op hun telefoon een eerste tekstversie, bespreken of die klopt en wijzigen wat mist. Het eindproduct is een dashboard met een database van de gesprekken. Afhankelijk van de privacy-afspraken kunnen projectleiders en deelnemers terugzoeken naar opmerkingen, argumenten of terugkerende thema’s.'
Medeoprichter Nieuwenburg benadrukt dat Dembrane niet bedoeld is als simpele samenvatmachine. ‘Samenvatten is eigenlijk heel saai en daarmee doet een professional zichzelf en de bewoners tekort.’ Volgens haar zit de waarde in de mogelijkheid om vragen te stellen aan het dashboard: wat is de problematiek? Welke argumenten geven betrokkenen? Worden er al waarde-afwegingen gemaakt en waar zitten minderheidsperspectieven? 'Zo moet de tool helpen om blinde vlekken en rafelranden in het gesprek zichtbaar te houden', zegt Nieuwenburg.
De tool moet helpen om blinde vlekken en rafelranden in het gesprek zichtbaar te houden
Het is de bedoeling dat Dembrane op meerdere momenten in het participatieproces wordt ingezet, aansluitend op de oproep van Van Waart om langer betrokken te blijven bij bewoners. ‘We proberen op z'n minst aan het begin, in het midden en vlak voor het einde van een participatietraject betrokken te zijn.'
Het stellen van de waarom-vraag is daarbij belangrijk, moedigt Nieuwenburg aan. 'Als mensen meer groen willen, kan dat bepaald worden door hittestress, luchtkwaliteit of ontmoeting. Argumenten over autoluwheid kunnen opkomen door zorgen over leefbaarheid en bereikbaarheid. Als je niet snapt waarom bepaalde dingen belangrijk zijn voor mensen, is het dus ook moeilijk om een ruimtelijke afweging te maken’, zegt Nieuwenburg.
Dembrane, net als Parai partner binnen de City Deal over AI, wordt onder meer gebruikt in Den Bosch, Rotterdam, Amsterdam, Breda, Noord-Ierland, Luxemburg en bij het Utrechtse Rijnenburg. In Den Bosch ging het om autoluwheid in de binnenstad; in Rijnenburg worden expertbijeenkomsten en participatiesessies naast elkaar gelegd. Volgens Nieuwenburg leren professionals met de verslagen van Dembrane ook om betere vragen te stellen: ‘Welke kwesties zijn onbeantwoord gebleven of liggen nog op tafel?'
Het team probeert het instrument inclusiever te maken. 'Dembrane gaat redelijk goed om met zware accenten en gesprekken waarin deelnemers tussen talen wisselen.' Ook werken ze aan laagdrempelige digitale varianten, waarbij bewoners in plaats van een online enquête uitkomen op een digitale Dembrane-variant waar ze hun verhaal kunnen inspreken. 'Dit maakt het makkelijker voor een vrachtwagenchauffeur of loodgieter om na een lange werkdag in vijf minuten te vertellen wat hij vindt van een ruimtelijk plan.'
Het blijft mensenwerk
Goede participatie blijft nog steeds mensenwerk, benadrukt ook Nieuwenburg. 'Gesprekken moeten zorgvuldig worden georganiseerd, deelnemers moeten elkaar kunnen verstaan en gespreksbegeleiders moeten scherp blijven op wie spreekt en wie niet. Dat geldt zeker bij beladen onderwerpen als windmolens, parkeren of verdichting, waar belangen snel botsen en emoties onderdeel zijn van het gesprek.'
Daar kan AI juist bij helpen. Doordat een tool het gesprek vastlegt, hoeft de gespreksbegeleider minder te notuleren en kan die meer aandacht geven aan de groep. ‘Professionals zijn hierdoor meer met het gesprek bezig en minder met het proces daaromheen. Dat is precies de waarde van AI bij participatieprocessen.'
Wel moeten mensen de software blijven controleren. Er is altijd een 'menselijke stem' ter verificatie voor en na nodig
Wel moeten mensen de software blijven controleren. 'Er is altijd een 'menselijke stem' ter verificatie voor en na nodig', zegt Terhorst. 'Vooraf moet duidelijk zijn waarom een tool wordt ingezet en wat die moet verbeteren. Stel het probleem in het participatieproces daarom centraal, kijk of AI-software kan helpen en bespreek onder welke voorwaarden en hoe dat dan toegepast kan worden.'
Het advies aan gemeenten en professionals is daarmee simpel: zet de doelen bij participatie centraal en kies pas daarna waar technologie iets toevoegt. AI kan participatie verrijken wanneer het helpt om beter te luisteren, sneller terug te koppelen, rafelranden vast te houden en de waarom-vraag scherper te krijgen. Maar de ruimtelijke afweging blijft menselijk werk.


