
De groeiende druk op de ruimte in Nederland dwingt ook spoorbeheerder ProRail tot een andere manier van kijken naar gebiedsontwikkeling rond het spoor. Waar het bedrijf zich traditioneel vooral richtte op aanleg, beheer en onderhoud van spoorinfrastructuur, wil ProRail voortaan eerder en nadrukkelijker meepraten over ruimtelijke keuzes van overheden en ontwikkelaars. Met de nieuwe ruimtelijke strategie wil ProRail zorgen dat woningbouw, verdichting, andere stedelijke functies en het spoornetwerk nu en in de toekomst elkaar versterken. ’De strategie is opgesteld om te zorgen dat de ontwikkeling van het spoornetwerk en de omgeving ervan door ProRail en andere partijen in samenhang worden benaderd, aldus planoloog Sander Pieck.
Op de vraag of dat dan nodig was, zegt programmaleider Zjèf Budé: ‘We merkten dat iedereen daar een eigen interpretatie aan gaf. Daardoor liepen zaken over het algemeen goed af, maar soms ook niet.’
Ook adviseert ProRail via het ministerie van IenW het ministerie van VRO over ruimtelijke keuzes, zoals bij de totstandkoming van de Nota Ruimte.
Toenemende ruimtelijke spanningen
Volgens ProRail nemen de spanningen rond het spoor snel toe. Steden groeien richting stations en emplacementen, terwijl tegelijkertijd meer ruimte nodig is voor het spoor zelf, stations, energievoorzieningen, klimaatmaatregelen en natuur. Door die spanningen worden spoorprojecten ingewikkelder, duurder en risicovoller. Ook neemt de kans op hinder, schade en treinuitval toe wanneer functies te dicht op het spoor worden gepland. Pieck: ‘Die ontwikkelingen maken dat die conflicten steeds duidelijker en zichtbaarder worden.’
Spoorprojecten worden ingewikkelder, duurder en risicovoller
Daar komt bij dat de rol van ProRail verandert. Nieuwe wet- en regelgeving, toenemende verstedelijking en een mogelijk opener markt voor spoorvervoer zorgen ervoor dat de organisatie niet langer alleen uitvoerder is, maar ook een partij die moet sturen op bereikbaarheid, capaciteit en maatschappelijke waarde. ‘ProRail moet proactief opereren om te zorgen dat er genoeg ruimte is voor het spoornetwerk en de omgeving ervan’, aldus Budé. ’De ruimtelijke strategie vormt daarin een van de nieuwe beleidskaders.’
Spoor als drager duurzame mobiliteit
Kern van de strategie is dat het spoornetwerk — van stations en emplacementen tot sporen en technische installaties — ook in de toekomst voldoende ruimte moet houden om als ruggengraat van duurzame mobiliteit te functioneren. Dat betekent volgens ProRail dat er ruimte moet blijven voor capaciteit en onderhoud, maar ook voor veiligheid, klimaatadaptatie en toekomstige uitbreiding van het netwerk.
Daarnaast wil ProRail stationsgebieden ontwikkelen tot hoogwaardige multimodale knooppunten, waar verschillende vormen van vervoer logisch op elkaar aansluiten. De strategie moet ervoor zorgen dat ruimtelijke ontwikkelingen het spoor versterken in plaats van te beperken. Pieck: ‘De strategie is ook gericht op het bevorderen van multifunctioneel ruimtegebruik en het behouden van groen en water in de omgeving van het spoor.’
Om die koers richting te geven werkt ProRail met zeven ruimtelijke principes. Die moeten richting geven aan beleidskeuzes, gebiedsontwikkelingen en gesprekken met overheden en marktpartijen.
Van beperking naar kans: Stationsgebied Groningen
De casus - De gemeente Groningen had de wens om het stationsgebied te vernieuwen. Voor verdere verstedelijking lag het binnenstedelijke ProRail-emplacement in de weg.
De kans - ProRail is voorstander van verstedelijking nabij het station, maar verbindt daar voorwaarden aan. Zo moet ProRail de emplacementsruimte behouden, onder andere om treinen 's nachts te parkeren en schoon te maken, ook als er elders in de omgeving ruimte daarvoor gevonden moest worden.
Wat er nu anders gaat door de Ruimtelijke Strategie - ProRail is in goed overleg met de gemeente tot een integraal plan gekomen, met een gefaseerde aanpak: eerst het emplacement uitplaatsen naar een alternatieve locatie, dan het station vernieuwen, dan de OV-knoop verbeteren en tenslotte de verstedelijkingsopgave. Het is een voorbeeld van hoe de voorkeursvolgorde van de Ruimtelijke Strategie toe te passen, hoe samenwerking opbouwend verloopt en hoe er ook ruimte voor stedelijke vernieuwing kan komen.

Spoorzone Groningen in uitvoering. Beeld: ProRail Beeldbank
Zeven principes als leidraad
Het eerste principe draait om het beschermen en uitbreiden van de ruimte voor het spoornetwerk. ProRail wil actiever sturen op grondgebruik langs het spoor en strategische locaties beschikbaar houden voor toekomstige spoorfuncties. Gronden die later nodig kunnen zijn voor uitbreiding of beheer van het spoor worden daarom in principe niet verkocht.
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten het spoor versterken in plaats van beperken
Een tweede belangrijk uitgangspunt is dat de bestaande en toekomstige spoorcapaciteit leidend moet zijn bij de locatiekeuze voor nieuwe woningbouw of bedrijvigheid. Gebiedsontwikkeling moet plaatsvinden op plekken waar het openbaar vervoer voldoende capaciteit heeft, zodat nieuwe investeringen in infrastructuur of het oplossen van knelpunten zoveel mogelijk worden voorkomen.
Daarnaast wil ProRail meer grip krijgen op ontwikkelingen in de directe nabijheid van het spoor. Binnen het wettelijke beperkingengebied rond spoorinfra moeten nieuwe bouwprojecten zorgvuldig worden afgewogen. ProRail pleit ervoor om alle spoorse assets onder die bescherming te laten vallen en wil bouwen in, op of onder het beperkingengebied zoveel mogelijk voorkomen.
Ook de inrichting van gebieden naast het spoor krijgt een nadrukkelijke ruimtelijke afweging. Daarbij geldt het principe van 'de juiste functie op de juiste plek'. Rond stations en spoorcorridors wil ProRail sturen op een combinatie van functies die past bij de omgeving en de impact van het spoor.
Voorkeursvolgorde voor functies
De strategie werkt die ruimtelijke keuzes concreet uit in verschillende voorkeursvolgordes voor functies rond het spoor.
In stationsgebieden ziet ProRail vooral ruimte voor een mix van woningen en voorzieningen, aangevuld met onderwijs, werkfuncties en zorginstellingen.
Rond binnenstedelijke baanvakken krijgen groen, recreatie en water prioriteit, gevolgd door onderwijs, bedrijvigheid en wonen. Bij emplacementen binnen de stad ligt de nadruk eerst op groen en recreatie, daarna op bedrijventerreinen en kantoren.
Rond binnenstedelijke baanvakken krijgen groen, recreatie en water prioriteit
Buiten de stad verschuift de prioriteit naar natuur, waterberging en recreatie, gecombineerd met energieopwekking en landbouw. Rond buitenstedelijke emplacementen en haventerreinen ligt de nadruk juist op bedrijvigheid en logistieke functies.
Ook voor mobiliteit rond stations hanteert ProRail een duidelijke volgorde. Daarbij staat het zogenoemde STOMP-principe centraal: eerst voetgangers, dan fietsers, vervolgens openbaar vervoer, deelmobiliteit en pas daarna de auto. Stationsgebieden moeten daardoor in de eerste plaats prettig en veilig zijn voor reizigers die lopen, fietsen of overstappen.
Van beperking naar kans: Lansingerland-Zoetermeer
De casus - ProRail heeft in mei 2025 een zienswijze ingediend op de omgevingsvisie van de gemeente Lansingerland. De gemeente beoogt in de buurt van het gecombineerde trein- en RandstadRail-station te verstedelijken, met onder andere 6.000 woningen (Bleizo-West). Op dit moment bevinden zich in het plangebied nog geen woningen.
De kans - ProRail is voorstander van verstedelijking nabij stations, maar heeft daar wel voorwaarden bij, om het huidige en toekomstige gebruik van het spoor mogelijk te houden. ProRail heeft daarbij aandacht voor de omgeving van het station en de duurzame bereikbaarheid daarvan.

Impressie ontwikkelperspectief BleiZo. Beeld: Gemeente Lansingerland
Andere werkwijze
De strategie betekent ook een verandering in de manier waarop ProRail opereert. De organisatie wil al in een vroeg stadium aanschuiven bij ruimtelijke visies en plannen van gemeenten, provincies, waterschappen en ontwikkelaars. Niet pas wanneer een project al is uitgewerkt, maar juist tijdens de eerste verkenningen.
‘ProRail moet proactief opereren om te zorgen dat er genoeg ruimte is voor het spoornetwerk en de omgeving ervan’, licht planoloog Pieck toe. Door eerder betrokken te zijn, wil ProRail voorkomen dat plannen later vastlopen op regels voor emissies, capaciteitsproblemen of dure aanpassingen aan het spoor.
De organisatie wil ruimtelijke analyses voortaan standaard meenemen in de startfase van projecten. Pieck: ‘Daarvoor maken we een ruimtebehoeftekaart, zodat overheden kunnen zien waar wij in de toekomst spoor uitbreiden of de baanstabiliteit willen verbeteren.’ Dat laatste
is met de toenemende kans op grondverzakkingen nadrukkelijker aan de orde, stelt hij vast. ‘Als taluds verzakken, hebben we aan beide kanten meer ruimte nodig om ze voor de toekomst stabieler te maken.’
Ook op eigen gronden verandert de aanpak. Voor locaties die niet direct nodig zijn voor spoorfuncties hanteert ProRail een vaste voorkeursvolgorde: eerst ruimte voor spoorassets, daarna klimaatadaptatie, vervolgens energieopwekking en natuurontwikkeling. Waar mogelijk moeten die functies gecombineerd worden.
Balans tussen groei en bereikbaarheid
Met de ruimtelijke strategie probeert ProRail een balans te vinden tussen de groei van steden en de beschikbaarheid en veiligheid van het spoornetwerk.
Verdichting rond stations blijft volgens de organisatie mogelijk en vaak ook wenselijk, maar alleen wanneer die ontwikkeling in evenwicht is met de capaciteit van het spoor en de kwaliteit van de leefomgeving.
De inzet op vroegtijdige samenwerking moet ervoor zorgen dat verstedelijking, bereikbaarheid en klimaatopgaven niet afzonderlijk worden bekeken, maar onderdeel worden van één integrale ruimtelijke afweging. Daarmee positioneert ProRail zich nadrukkelijker als ruimtelijke partner bij de inrichting van Nederland. Budé: ‘We willen met andere partijen samenwerken om de ruimtelijke strategie succesvol uit te voeren. Dat spaart trouwens ook tijd, ruimte en geld.’
Van beperking naar kans: Poort van Hoorn
De casus - Gemeente Hoorn wil graag verdichten rondom het station met plan Poort van Hoorn. De ProRail-assets, waaronder een relaishuis, staan verspreid door het plangebied en zijn ingesloten door de voorgenomen bebouwing in Plan van Hoorn.
De kans - Op basis van de huidige regels is er geen minimale afstand tot de spoorassets buiten de baan. Door alle assets op te nemen in het wettelijke beperkingengebied (Spoorwegwet), blijft het functioneren van het spoor geborgd.
Wat er nu anders gaat door de Ruimtelijke Strategie - De assets van het spoornetwerk worden beschermd tegen belemmerende functies en de omgeving wordt beschermd tegen de effecten van het spoor. Dat gebeurt door:
• het Beperkingengebied uitbreiden zodat alle spoorse assets erbinnen vallen;
• een gezamenlijk ontwikkelgebied vast te stellen, waarin initiatiefnemers ProRail moeten benaderen om gezamenlijk tot een gecombineerde uitvoering van opgaven te komen.
In deze casus is ProRail er in goed overleg met de gemeente uitgekomen. In andere cases kan ProRail, zonder aanpassing van het beperkingengebied, deze plannen formeel niet weigeren.



